Five Franz Kafka translations by Paul van Ostaijen  

From The Art and Popular Culture Encyclopedia

Jump to: navigation, search

Related e

Google
Wikipedia
Wiktionary
Wiki Commons
Wikiquote
Wikisource
YouTube
Shop


Featured:
Train wreck at Montparnasse (October 22, 1895) by Studio Lévy and Sons.
Enlarge
Train wreck at Montparnasse (October 22, 1895) by Studio Lévy and Sons.

Five Franz Kafka translations by Paul van Ostaijen.

Contents

Full text

Tot overwegen voor hereruiters

Niets, wanneer men het bedenkt, kan daartoe verlokken, in een wedren de eerste te willen zijn.

De roem, als de beste ruiter van een land te worden erkend, verheugt bij het losbreken van het orkest te sterk, dan dat de volgende morgen berouw te verhinderen zij.

De nijd van de tegenstrevers, van listige, tamelik invloedrijke lieden moet ons pijn doen in de enge zoom, die wij nu doorrijden naar gene vlakte, die snel voor ons leeg was op enkele, om-één-ronde-geslagene ruiters na, die klein tegen de rand van de horizon aanreden.

Vele onzer vrienden haasten zich de winst op te strijken en slechts over de schouders weg schreeuwen zij van de afgelegen loketten ons hun hoera toe; de beste vrienden echter hebben niet op ons paard gezet, daar zij vreesden, kwam het tot verlies, moesten zij ons boos zijn, nu echter, daar ons paard het eerste was en zij niets hebben gewonnen, keren zij zich om wanneer wij voorbijkomen en overstaren zij liever de tribunen.

De konkurrenten achter ons, vast in de zadel, beproeven het ongeluk te overzien, dat hen getroffen heeft, en het onrecht dat hun werd toegevoegd; zij nemen een fris uiterlik aan, net of nu moest een nieuw rennen beginnen en wel een ernstig na dit kinderspel.

Vele dames schijnt de overwinnaar belachelik, omdat hij zich opblaast en toch niet weet, wat te beginnen met het eeuwige handedrukken, salueren, zich-plooien en in-de-verte-groeten, terwijl de overwonnenen de mond gesloten houden en de halzen van hunne meest hinnikende paarden kloppen.

Ten slotte begint het nog uit de betrokken geworden hemel te regenen.

Wens Indiaan te worden

Wanneer men toch Indiaan was, dadelik bereid, en op het rennende paard, schuin in de lucht, steeds weer kort opsidderde over de sidderende bodem, tot men de sporen liet, want er waren geen sporen, tot men de teugels liet, want er waren geen teugels, en nauweliks het land voor zich als glad-gemaaide heide zag, reeds zonder paardehals en zonder paardekop.


De voorbijlopenden

Wanneer men in de nacht door een smalle straat wandelen gaat, en een man, van verre reeds zichtbaar - want voor ons stijgt de steeg en het is volle maan - ons tegemoet loopt, zo zullen wij hem niet vatten, zelfs wanneer hij zwak en haveloos is, zelfs wanneer iemand achter hem loopt en schreeuwt, maar wel zullen wij hem verder laten lopen.

Want het is nacht, en wij kunnen niets daartoe, dat de steeg in volle maan voor ons opklimt, en bovendien, misschien hebben deze twee de drijfjacht voor hun amusement op touw gezet, misschien vervolgen beiden een derde, misschien wordt de eerste onschuldig vervolgd, misschien wil de tweede doden, en wij zouden aan de moord medeplichtig worden, misschien weten die twee niets van elkaar, en loopt zo maar ieder op zijn eigen verantwoordelikheid in zijn bed, misschien zijn het slaapwandelaars, misschien heeft de eerste wapens.

En eindelik, mogen wij niet moede zijn, hebben wij niet zoveel wijn gedronken? Wij zijn tevreden, dat wij ook de tweede niet meer zien.

Verstrooid naar-buiten-zien

Wat zullen wij in deze lentedagen doen, die tans snel komen? Hedenmorgen was de hemel grijs, doch wanneer men nu naar het venster gaat, zo is men verrast en legt de wang aan de klink van het venster.

Beneden ziet men het licht van de weliswaar reeds zinkende zon op het gelaat van een kinderlik meisje, dat zo gaat en om haar kijkt, en tegelijk ziet men de schaduw van de man daarop, die achter de schaduw sneller komt.

Dan is de man reeds voorbijgegaan en het gelaat van het kind is gans helder.

De plotselinge wandeltocht

Wanneer men 's avonds voor goed besloten te hebben schijnt, te huis te blijven, de huisjas aangetrokken heeft, na het avondeten bij de belichte tafel zit en tot gene werk of gene spel besloten heeft, na hetwelk men als naar gewoonte slapen gaat, wanneer buiten een onvriendelik weer is, hetwelk het thuisblijven van-zelf-sprekend maakt, wanneer men nu bij de tafel reeds zolang stilgezeten heeft, dat het heengaan algemene verbazing zou moeten wekken, wanneer nu ook reeds de trapkooi donker en de huisdeur op grendel is, en wanneer men nu spijts dit alles in een plotseling onbehagen opstaat, de jas verwisselt, dadelik in stadskledij verschijnt, te moeten heengaan verklaart, en het na kort afscheid ook doet, wanneer men zich op straat herkent, met ledematen, die deze onverwachte vrijheid, welke men ze heeft verschaft, met bizondere bewegelikheid beantwoorden, wanneer men door dit éne besluit alle besluitbekwaamheid in zich verzameld voelt, wanneer men met grotere dan de gewoonlike betekenis herkent, dat men feitelik meer kracht dan behoefte heeft, de snelste verandering te bewerken en te verdragen, en wanneer men zo langs de lange straten loopt, - dan is men voor deze avond geheel uit zijn familie getreden, die in het wezenloze wegzinkt, terwijl men zelve, gans vast, zwart van omlijndheid, achteraan de dijen slaande, zich tot zijn ware gestalte opheft.

Versterkt wordt alles nog, wanneer men op dit late uur een vriend opzoekt, om na te gaan, hoe hij het stelt.



Unless indicated otherwise, the text in this article is either based on Wikipedia article "Five Franz Kafka translations by Paul van Ostaijen" or another language Wikipedia page thereof used under the terms of the GNU Free Documentation License; or on original research by Jahsonic and friends. See Art and Popular Culture's copyright notice.

Personal tools